- Column -

Iedere bestuurder met een beetje ervaring kent hem wel; de ‘actieve’ toezichthouder. Het lid in de raad van toezicht dat betrokken wil zijn, daadkrachtig en ‘bij wil dragen’. Geweldige krachten zijn dat, fijne sparring partners, actieve mensen.

Maar de keerzijde dient zich snel aan. De bestuurder wil deze mensen erg graag ‘in hun kracht zetten’ maar soms zijn deze toezichthouders daar zelf allang mee bezig. Want vanuit hun eigen betrokkenheid hebben zij contacten gelegd, informatie opgehaald, ‘genetwerkt’ en voorstellen aangereikt (“ik ben graag pro-actief”) voor innovatieve aanpassingen van het beleid.

Op deze manier hoeft de bestuurder dus geen initiatieven te nemen om de toezichthouders te informeren of te activeren. De bestuurder zal, voor je het in de gaten hebt, een voorzichtiger stijl hanteren of zelfs defensief gedrag gaan vertonen. Want de actieve raad van toezicht moet eigenlijk wat kalmer aan gaan doen.

Balans is het codewoord, maar voor je aan een goed evenwicht kan werken zal er eerst wat reflectie moeten plaatsvinden. Een raad van toezicht móet op de handen zitten. Zich laten bedienen door de bestuurder. Vanzelfsprekend ligt er een verantwoordelijkheid om het toezien goed te doen. Dat is meer dan alleen maar aanhoren wat de bestuurder rapporteert. Ook een werkbezoek, gesprekken met de medezeggenschap en een meeting met het management is waardevol.

Maar het op de handen zitten van toezichthouders verdient aandacht. De valkuilen nemen namelijk toe, naarmate de onderwerpen die de bestuurder aanreikt, om meer actie of toewijding vragen. Ook dan, beste toezichthouder, zie toe op de manieren waarop die actie en betrokkenheid wordt georganiseerd door de bestuurder.  Daar mogen best kritische vragen over gesteld worden.

En de raad van toezicht doet er goed aan een visie te hebben op hun eigen doen en laten. Een toezichtkader om de agendaonderwerpen te stroomlijnen. Ook een bestuurlijk reglement kan daarbij helpen. Toezichthouders hoeven geen regisseurs te zijn. Net zo min dat een bestuurder geen toezichthouder is, maar aan het roer staat en regie voert of laat voeren over het management.

Spreek daarover in de jaarlijkse zelfevaluatie. Het is een onderwerp dat er echt toe doet. Want op je handen zitten is een kunst. Het geeft des te meer recht, ook als ‘actieve toezichthouder’, om je ogen en oren goed te gebruiken.

AH